(placeholder)
comments powered by Disqus

In het Erasmus MC is de dokter de baas, maar niet zonder nare bijwerkingen

dinsdag 5 juni 2012


Het Erasmus MC staat bij velen bekend als een 'dokterziekenhuis'. Hier is de dokter de baas. Dit leidt weliswaar tot toonaangevende wetenschappelijke uitkomsten, maar niet altijd onder nare bijwerkingen.


Tijdens het symposium 'Verhalen uit het Erasmus MC' op 4 juni 2012 werden enkele van deze bijwerkingen gedeeld:

-     baasjescultuur: de hoogleraar geeft op autoritaire wijze hiërarchisch leiding aan zijn afdeling en

      trekt zich weinig aan van centrale richtlijnen en de buitenwereld;

-     eilandvorming: samenwerking tussen afdelingen is ver te zoeken, clustering van afdelingen

      (begin jaar '00) leidt niet tot de gewenste verbetering;

-     grote statusverschillen tussen dokters en overig personeel leiden tot ontevredenheid bij

      medewerkers;

-     werkprocessen zijn georganiseerd rond specialismen en niet rond de patiënt.


In een poging dit te veranderen lanceerde de Raad van Bestuur in 2008 een vijfjarenplan ‘Koers 013: Samen & Verbinden’.


Als oud-medewerker van het Erasmus MC was ik benieuwd hoe de vlag er nu bij hing in het Erasmus MC. Ik was aangenaam verrast toen ik kennis nam van de inhoud en opzet van het symposium. Kernwoorden waren: ‘dialoog’, ‘voortdurende verbinding’, ‘professionals in the lead’ en ‘patiënt prominent’. De organisatie bleek ook nieuwsgierig naar de verhalen van deelnemers: via een uitgebreid formulier mocht ik mijn motivatie om bij dit evenement aanwezig te zijn toelichten. Dit beloofde wat te worden!


Het symposium was (zoals meestal het geval is bij het Erasmus MC) goed georganiseerd. De entourage in de Doelen was prettig. Er was prachtige, doorleefde muziek van CB Milton met toepasselijke titels als ‘A Change is Gonna Come’ en ‘Try a Little Tenderness’. Cabaretier Micha Wertheim hield de zorgverlener een spiegel voor. Er werd gesproken over ‘eerlijkheid’, ‘met je hart spreken’, ‘de dialoog aangaan’ en zelfs ‘liefde’. Allemaal heel mooi, maar toch hield ik er een ongemakkelijk, dubbel gevoel aan over.


Neemt het Erasmus MC hiermee nu echt afscheid van haar ‘dokters-imago’? Neemt ze de lead in patiëntgeorienteerde zorg? Gaat ze de kloof tussen dokter / verpleegkundige / patiënt dichten? Ik ben er niet van overtuigd.


Wat doet mij twijfelen? Zomaar een paar zaken die mij opvielen:

-     Op het podium geen verhalen van ‘gewone’ patiënten, verpleegkundigen of assistenten. Wel van

      mensen van ‘hoog aanzien’ zoals de voorzitter van de Raad van Bestuur, de organisatieadviseur,

      een onderzoeker, een arts, een sectordirecteur verpleging en diverse andere mensen in

      leidinggevende posities. Een gemiste kans!

-     Op de eenvoudige vraag: “Wat merkt de patiënt hier nu eigenlijk van?” moest Hans Büller het

      antwoord ‘s ochtends schuldig blijven. ‘s Middags verdedigde hij zich door te stellen dat de patiënt

      het Erasmus MC waardeerde met een 8,7 tijdens het laatste tevredenheidsonderzoek. Nog geen 5

      minuten later deed hij deze onderzoeken af als ‘nietszeggend’. Hoezo patiënt prominent?

-     Er rolden sheets voorbij met diverse (vooral technische) prestaties van individuele (mannelijke)

      dokters uit de vorige eeuw. Ironisch genoeg onder de klanken van “A change is gonna come”.

      Waarom weer die oude heldenverering? Waarom hier geen voorbeelden van goede samenwerking?

-     De beloofde dialoog was ver te zoeken tijdens de parallelsessie ‘zorgpaden’. Aan de ‘belevingstafel’

      was vooral de dokter aan het woord. Suggesties van deelnemers konden steevast rekenen op uitleg

      waarom dat ‘in het Erasmus MC zo niet werkte’.

-     De parallelsessie ‘veranderfilosofie Erasmus MC’ was ingericht als bruin café. Dit nodigde uit om

      gesprekjes aan te knopen met andere deelnemers. Leuk idee, dacht ik. Maar helaas, dit was niet de

      bedoeling. Er volgde een pleniar en zorgvuldig geregisseerd vraag/antwoord-spel met Hans Büller

      en Theo Lankamp. De houten café-stoelen prikten ongemakkelijk in mijn rug.

-     In de wetenschappelijke wereld telt het om vermeld te worden als eerste auteur. De naam van Hans

      Büller staat prominent als eerste auteur genoemd op de kaft van het boek ‘verhalen uit het Erasmus

      MC’. Ietwat ongemakkelijk stamelt hij bij de presentatie van het boek “Ik was eigenlijk slechts

      meelezer”. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat hij daarmee op een slimme manier afstand

      nam van de (soms voor het Erasmus MC onverkwikkelijke) inhoud.

-     Zoals gezegd, er werden mooie woorden gesproken over emotie. Maar de gesprekjes op het podium

      met Hans Büller en Theo Lankamp ontstegen naar mijn gevoel toch niet het niveau van “oude

      jongens, krentenbrood”. En dan de verhalen: waar was de passie van de sprekers? Ik zag en voelde

      vooral nervositeit. Het was maar goed dat Micha Wertheim en CB Milton voor de broodnodige humor

      en expressie zorgden. Anders was het een heel saaie dag geworden.


En zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat is de waarde van deze mooie woorden? Zou de verpleegkundige na vandaag echt de confrontatie met een arts aan durven gaan? En wie steunt haar dan als het misgaat? Wanneer gaat de patiënt hier iets van merken? Vragen, vragen, vragen...


Ben ik de enige die dit zo heeft ervaren? Dagblad Trouw deed er vanmorgen nog een schepje bovenop. In een artikel met de kop “Reorganisatie geslaagd, patiënt overleden.” legt Jeroen den Blijker meteen de vinger op de zere plek. Na vijf jaar reorganiseren blijkt dat “... de meest elementaire ergernissen van patiënten ongemoeid [zijn] gelaten.”


Hoe is het toch mogelijk dat in deze tijd van ‘zinnige en zuinige zorg’ en ‘shared decision making’ de aandacht van het Erasmus MC nog steeds volledig intern gericht is? Dat er meer aandacht gaat naar structuuraanpassingen dan naar patiëntveiligheid, kwaliteit in de ogen van de patiënt en herwaardering van ‘oude’ waarden als compassie? Eén ding is mij na gisteren duidelijk geworden: de dokter zit in het Erasmus MC nog steeds stevig op zijn plek. Is er toch nog één belofte ingelost: “de professional in the lead”.


Misschien over 5 jaar nog maar eens kijken.