(placeholder)
comments powered by Disqus

Loyaliteit en ambitie: een parabel

woensdag 17 december 2014


Een jonge man, die net cum laude was afgestudeerd aan de Rechten-faculteit van een toonaangevende universiteit, verhuisde naar Amsterdam. Hij droomde ervan om in de voetsporen te treden van toonaangevende advocaten en wilde zijn stempel op de wereld drukken. Zonder veel moeite kreeg hij een baan bij een prestigieus advocatenkantoor. Hij werkte 20 uur per dag, zeven dagen in de week, in de hoop dat hij senior partner zou worden.


Na zes maanden werken onder immense druk in een onmenselijk hoog tempo, benaderde één van de senior partners hem en zei: "We zien hoe hard je werkt. Als je op deze manier doorgaat en dezelfde kwaliteit blijft leveren, dan zullen we overwegen om jou toe te laten als partner van ons kantoor." En zes maanden lang, 20 uur per dag, zeven dagen in de week werkte de jonge man in de wijngaard van de wet in afwachting van zijn verdiende beloning.


Echter, op een zondag (het was middernacht) besloot hij om zijn kantoor vroeger dan normaal te verlaten om zijn vrouw eens te verrassen. Ze had immers best te lijden onder de ambities van haar man. Hij reed naar zijn huis, een 2 onder 1 kap woning in een keurige Vinex-wijk. Tot zijn verbazing stond er een zwarte Mercedes op de oprit. Hij parkeerde zijn auto stilletjes, zette de motor uit and liep naar zijn huis. Hij liep om het huis heen naar de achterdeur en ging naar binnen. Er was niemand in de keuken, eetkamer of woonkamer, maar hij bemerkte een flauw lichtschijnsel door een kier van de slaapkamerdeur op de eerste verdieping.


Hij deed zijn schoenen uit om geen geluid te maken, sloop de trap op, opende langzaam de slaapkamerdeur en gluurde door een kleine opening naar binnen. Wat hij daar zag kon hij nauwelijks bevatten. Hij zag zijn vrouw en de senior partner bezig met wat je eufemistisch kunt samenvatten als 'liefdesactiviteiten van de hoogste orde'.


Zonder geluid sloot hij de slaapkamerdeur weer en staarde even voor zich uit. Toen liep hij op zijn tenen de trap af, sloop naar buiten en duwde zijn auto de straat uit om te voorkomen dat iemand zou horen dat hij de motor startte. Langzaam reed hij de Vinex-wijk uit om vervolgens vol gas te geven door de verlaten straten op weg naar het advocatenkantoor.


Met slippende banden arriveerde hij bij het kantoorgebouw, vergat de koplampen uit te zetten en rende naar de lift. Maar de lift was gedurende de nacht gesloten. Zonder aarzeling trok hij de deur naar het trappenhuis open, vloog de acht trappen met twee treden tegelijk naar boven, stormde zijn kantoor binnen, ging snel achter zijn bureau zitten en viel achterover in de veiligheid van zijn leren bureaustoel, zijn hoofd tussen zijn handen. Snakkend naar adem staarde hij naar het plafond en riep toen uit: "Mijn God! Ik was bijna betrapt!"


Vrij vertaald uit: The Abilene Paradox and other meditations on management, Jerry B. Harvey, Jossey Bass, 1996.