(placeholder)
comments powered by Disqus

NICE: 9 adviezen voor ons kwaliteitsinstituut

maandag 23 april 2012


"Gaat dat nou werken, zo'n kwaliteitsinstituut?" Hierop antwoordde Frank Dobson, destijds de Engelse

Health Secretary, bij de oprichting van NICE: "Probably not, but it sure is worth a bloody good try."


In goed Nederlands zou ik dit willen vertalen in: niet lullen maar poetsen. De schouders eronder en doen. iBMG wijdde er een symposium aan om deze boodschap over te brengen.


Het leek in eerste instantie een kabbelend onderonsje te worden tussen Bert Boer (kwartiermaker voor het nieuwe kwaliteitsinstituut) en Roland Bal (professor Health Care Governance). Meindert Boysen (adjunct-directeur bij het National Institute for Health and Clinical Excellence) bracht kleur aan het geheel door zich te distantiëren van het academische debat en in plaats daarvan zijn praktijkervaring met het publiek te delen.


Een aantal van zijn praktische wijsheden:

1.     Evidence based care moet geen doel op zich worden. Sommige onderdelen in de zorg lenen zich

        daar nu eenmaal veel beter voor (medicatieverstrekking) dan andere (preventie en

        leefstijlinterventies).

2.     Zoek niet naar de waarheid, maar naar redelijkheid en verantwoordelijkheid. Zorgstandaarden

        moeten praktisch uitvoerbaar blijken en moeten aansluiten bij wat maatschappelijk aanvaardbaar

        wordt geacht.

3.     Standaarden kun je niet sanctioneren zonder het publiek hierover te raadplegen. Het gaat vaak om

        controversiële zaken die diep in het leven van mensen kunnen ingrijpen. NICE heeft uiteraard

        contacten met cliëntorganisaties, maar toetst besluiten ook altijd aan een burgerpanel. Deze

        mensen worden letterlijk van straat geplukt. De wijsheid ligt op straat.

4.     Naast standaarden voor zorg zijn ook standaarden voor patiëntervaringen nodig.

5.     De BBC maakte een documentaire over het werk van NICE: ‘The Price of Life’. Deze vorm van

        communicatie met de burger bleek van onschatbare waarde te zijn.

6.     Waste blijkt in de praktijk moeilijk te vinden en moeilijk te beoordelen.

7.     Geef de eerstelijn (in Engeland belegd bij 250 huisartsengroepen) de verantwoordelijkheid om

        uitkomstgerichte kwaliteitsmaatstaven te formuleren. Dit stimuleert niet alleen hun

        verantwoordelijkheidsgevoel voor de hele keten, maar bevordert ook de onderlinge samenwerking.

8.     Communiceer zowel de best practices als de worst practices. NICE publiceert zogenaamde do not

        do recommendations: wat vooral niet te doen in de zorg, ter voorkoming van onnodige, kostbare en

        risicovolle diagnostiek en behandeling.

9.     Richt je niet op pakketverkleining, maar op gepast gebruik (zinnig en zuinig).


Het zijn wijze lessen voor het kwaliteitsinstituut in wording.


Voor achtergronden van sprekers, video's en presentaties: website iBMG

Voortgangsrapportage kwaliteitsinstituut voor de zorg 12 april 2012: website Rijksoverheid